Een wagenpark vernieuwen is allang geen puur logistieke beslissing meer, maar net zo goed een fiscale. De regels rond zakelijk vervoer zijn de afgelopen jaren flink verschoven, en 2026 vormt geen uitzondering. Sommige voordelen zijn scherper geworden, andere zijn juist afgebouwd of helemaal verdwenen. Voor een ondernemer die dit jaar investeert in nieuwe voertuigen, maakt kennis van die regelingen het verschil tussen een verstandige investering en geld dat op tafel blijft liggen. Hieronder de belangrijkste posten op een rij, met de cijfers die er in 2026 werkelijk toe doen.
AanZET: de grote subsidie voor zware voertuigen
Voor bedrijven die hun trucks verduurzamen is de AanZET-regeling het belangrijkste instrument. De aanschafsubsidie voor zero-emissie trucks ging in 2026 opnieuw open op 27 januari, met een budget van 78 miljoen euro. Het subsidiebedrag is een percentage van de verkoopprijs en loopt op naarmate je onderneming kleiner is: tot 11,1 procent voor grote ondernemingen, 21 procent voor middelgrote en 29 procent voor kleine bedrijven. Het maximum ligt op 115.200 euro per voertuig.
Die percentages verklaren waarom de grote fiscale voordelen zo sterk gekoppeld zijn aan zero-emissielogistiek. Voor een klein of middelgroot transportbedrijf dekt de subsidie een fors deel van de meerkosten, waardoor een elektrische vrachtwagen financieel opeens veel dichterbij komt dan de kale aanschafprijs doet vermoeden. Het budget is wel eindig en wordt op volgorde van binnenkomst verdeeld, dus wie serieus overweegt te investeren, kan beter vroeg in het aanvraagvenster klaarstaan dan achteraan aansluiten.
KIA: de aftrek die bijna elke ondernemer raakt
Waar AanZET specifiek voor zware voertuigen geldt, is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek breder inzetbaar. Investeer je in 2026 tussen 2.901 en 398.236 euro in bedrijfsmiddelen, dan kom je in aanmerking. Voor investeringen tot 71.683 euro trek je 28 procent van het bedrag van je winst af. Op een voertuig van enkele tienduizenden euro’s is dat een aanzienlijke besparing, en het mooie is dat de KIA zich laat stapelen met andere regelingen.
Let wel op de desinvesteringsbijtelling: verkoop je een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het investeringsjaar, dan betaal je een deel terug. Reken die periode dus mee in je afweging.
De bestelwagen en het einde van het boekjaar
Ook het mkb kan slim gebruikmaken van de fiscale ruimte, vooral rond de bestelauto. Sinds 2025 betaal je geen BPM meer bij de aanschaf van een nieuwe elektrische bestelauto, wat de instapdrempel verlaagt. Combineer dat met de KIA en de rekensom valt voor veel ondernemers gunstig uit.
De timing telt hierbij zwaar. Aftrekposten en investeringen werken per boekjaar, dus wie voor 31 december nog investeringsruimte heeft of zijn winst wil drukken, doet er goed aan tijdig te kijken naar een bestelwagen in plaats van de beslissing over de jaargrens te tillen. Een aanschaf die net in het lopende boekjaar valt, kan de aftrek een jaar naar voren halen. Houd er wel rekening mee dat de korting op de motorrijtuigenbelasting voor elektrische bestelauto’s vanaf 2026 vervalt, dus dat voordeel kun je niet meer inrekenen.
MIA, Vamil en wat er dit jaar veranderde
Hier zit de grootste verschuiving van 2026. Batterij-elektrische personenauto’s en bestelauto’s staan niet langer op de Milieulijst van de RVO, waardoor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving (Vamil) daarvoor zijn komen te vervallen. Wie puur op die twee regelingen rekende bij een elektrische bestelbus, komt bedrogen uit.
Waterstof blijft wel aantrekkelijk. Schaf je in 2026 een nieuw waterstofvoertuig aan, dan kun je bovenop de KIA nog 45 procent MIA claimen, berekend over 90 procent van het investeringsbedrag met een maximum van 125.000 euro. Ook voor laadinfrastructuur blijven MIA en Vamil overeind, wat de investering in eigen laadpunten op het depot fiscaal een stuk lichter maakt. Juist die combinatie van voertuig plus laadvoorziening is het bekijken waard.
Bijtelling en wegenbelasting
Voor voertuigen die ook privé worden gebruikt, verandert de bijtelling mee. Voor nieuwe elektrische auto’s die vanaf 1 januari 2026 op kenteken gaan, geldt 18 procent bijtelling over de eerste 30.000 euro van de fiscale waarde en 22 procent over het meerdere. Dat is een stap omhoog ten opzichte van de 17 procent in 2025. Het percentage dat geldt op de datum eerste toelating, blijft vervolgens zestig maanden staan, dus het moment van registreren heeft langjarige gevolgen.
Op de motorrijtuigenbelasting houden elektrische personenauto’s in 2026, 2027 en 2028 nog 30 procent korting op het reguliere tarief. In 2029 zakt dat naar 25 procent en vanaf 2030 vervalt de korting. Reken die aflopende voordelen mee als je naar de totale kosten over meerdere jaren kijkt, want de winst van vandaag is niet die van overmorgen.
Reken het door en laat je adviseren
De rode draad door 2026 is dat de overheid het zwaartepunt verschuift van brede fiscale kortingen naar gerichte subsidies zoals AanZET, terwijl generieke voordelen voor batterij-elektrisch rustig worden afgebouwd. Dat maakt de optelsom per onderneming en per voertuig anders dan een jaar geleden. De bedragen en percentages hierboven gelden voor 2026 en veranderen met enige regelmaat, en elke situatie is net even anders. Leg je investeringsplan daarom naast een accountant of fiscalist voordat je tekent. Een uur advies vooraf verdient zich terug zodra je de aftrek en subsidies optimaal op elkaar afstemt.

